Welkom bij deze ECG Quiz! Je ziet hieronder de casus en het beschikbare ritme of ECG. Je kunt je antwoord selecteren en ziet meteen of je het goed hebt. Ook kun je het antwoord inzien met een uitleg. Heel veel plezier en succes!

Casus

70-jarige vrouw, bekend met een chronisch pijnprobleem na meerdere rugoperaties. Zat aan een hoge dosis opiaten, welke is verlaagd. Mevrouw heeft geprobeerd dit te vervangen voor hoog gedoseerde THC-gummies. Verder bekend met hypertensie. Mevrouw heeft last van spierzwakte en komt daarmee naar het ziekenhuis.

Onderstaand ECG is bij mevrouw gemaakt. Wat is er aan de hand?

 

Results

#1. Wat is er aan de hand?

Previous
Finish

Voor het juiste antwoord van deze quiz, met bijbehorende uitleg: klik op de balk hieronder.

Uitleg antwoord

Dit ECG ziet er best heftig uit. Echter, als je het ritme gaat analyseren valt het wel mee. Er zijn duidelijk P-toppen, positief in I en II, negatief in AvR en bifasisch in V1. Kortom, sinusritme dus. De frequentie van het totale ritme is 96/min. Ik zeg totale ritme, omdat we een patroon zien van een sinusslag gevolgd door een extrasystole (PVC).

Ik heb hieronder de extrasystolen even verborgen om het ECG beter leesbaar te maken.

Bij de geleidingstijden zien we een normale PR-tijd (weliswaar tegen de 200 msec) en QRS-duur, met een lastig zichtbare QT-tijd wegens erg vlakke T-toppen. In afleiding V1 kom ik op ongeveer 320 msec uit. Met een frequentie van 96/min is de QTc dan 320 msec. Wat in ieder geval opvalt is dat de PVC’s akelig dicht bij de T-toppen komen. Het risico op R-op-T is dus aanwezig hier.

De hartas is normaal: afleiding I is positief, dus de vector loopt naar links. Afleiding AvF is ook positief, dus de vector loopt naar beneden. Afleiding II ligt tussen I en AvF in, en heeft ook een positief QRS. Dat is dus de bevestiging van een normale hartas.

Een stap die normaliter niet zoveel behelst is de P-top morfologie. We hebben reeds vastgesteld dat het om een sinusritme gaat maar kijken hier ook naar zaken als PTA-segment en atriale dilatatie. Wat opvalt is een vrij forse P-top, zo tussen de 2mm en 2.5mm in afleiding II. Ook is de P-top aan de brede kant, zo’n 120 msec. Ik zou dit niet afgeven als zijnde atriale dilatatie, maar het is wel een forse P-top te noemen.

Bij de QRS-morfologie valt er niet echt iets op. We hebben het over de hartas gehad, we zien geen pathologische Q-golven of afwijkende morfologieën. Ook is er een normale R-top progressie.

Er zijn wel afwijkingen in de ST-segment morfologie. Er is 2mm ST-depressie in afleidingen II, III en AvF. Er is 0,5mm ST-elevatie in AvL en 1,5mm in AvR. Daarnaast is er 2-3mm ST-depressie in afleidingen V3-V6. Het is een downsloping ST-depressie, wat vrijwel altijd pathologisch is.

Conclusie

Als je het op een rijtje zet hebben we de volgende opvallende zaken:

  • Extrasystolen
  • Vlakke T-toppen
  • Forse P-toppen (amplitude en duur)
  • Downsloping ST-depressies

Zet je dat op een rijtje en neem je daar de voorgeschiedenis in mee, dan komen we op hypokaliëmie. De uitdaging is hier dat we HET kenmerk van hypokaliëmie niet zien, namelijk prominente U-golven. Wanneer de extrasystolen er niet waren zagen we die waarschijnlijk wel. Mevrouw heeft haar opiaten gewisseld voor hoge doseringen THC. Dat is een bekende veroorzaker van hypokaliëmie (Simonsen et al, 2022)(Taskiran, 2014)(Feldman, 2009).

Deze mevrouw bleek dan ook een kalium van 1.6 mmol/L te hebben. Na suppletie normaliseerde het ECG en verdwenen de klachten.

Vergeet je niet te abonneren op ons YouTube-kanaal. Ook zijn we te volgen op LinkedIn en Instagram! Verspreid het kanaal ook vooral onder je collega’s en andere geïnteresseerden, dat wordt enorm gewaardeerd!

Categorized in: